Veranderingen in de zorg 2013.

Een nieuw kabinet, nieuwe plannen, maar wat betekend dit voor iedereen in de praktijk?

Wat betekend dit voor je eigen zorg?

Wat betekend dit voor je eigen bijdrages?

Waar loop je tegen aan in 2013 door de nieuwe maatregelen?

corne
0

4 reacties

0

  • Het kabinet bezuinigt vijf miljard op de zorg.
  • De zorgtoeslag wordt afgeschaft en de zorgpremie wordt inkomensfhankelijk. Ook andere zaken in de zorg worden inkomensafhankelijk, zoals het eigen risico.
  • In de langdurige zorg zullen mensen veel meer zelf moeten gaan betalen. Dat betekent dat bijvoorbeeld lichamelijke verzorging van (chronisch) zieken in principe niet meer uit de collectieve middelen worden betaald.
  • De AWBZ wordt sterk versoberd. Er komt geen liggeld voor patiënten in het ziekenhuis, of een eigen bijdrage voor de geestelijke gezondheidszorg.?

Maar wat dit in de praktijk inhoudt moet de komende tijd nog blijken

corne
0

Hier wat gedeelte uit het regeer accoord, eea moet nog wel verder uitgewerkt worden:

VII. Zorg dichtbij

Goede zorg en, nog belangrijker, goede gezondheid is niet alleen een zaak van de overheid. Succes boeken we alleen door samen te werken. Dat begint bij preventie en een gezonde levensstijl. Natuurlijk zijn mensen hiervoor in de eerste plaats zelf verantwoordelijk, maar wij willen dit ondersteunen. Daarnaast kiezen wij de komende kabinetsperiode voor een drietal andere prioriteiten. Allereerst willen wij de kwaliteit van de geleverde zorg verder verbeteren. We doen dit door het inzicht in de geleverde kwaliteit te verbeteren, praktijkvariatie te verminderen en zinloos medisch handelen tegen te gaan. Kwaliteitsverhoging gaat in de zorg gelukkig vaak samen met kostenverlaging; daar ligt een tweede prioriteit. Wij drukken de stijging van de kosten door de hoeveelheid geleverde zorg beter te beheersen, overbehandeling tegen te gaan, stringent pakketbeheer in te voeren, overcapaciteit te verminderen en verspilling te bestrijden. Een derde prioriteit betreft het bevorderen van (regionale) samenwerking tussen zorgaanbieders. Dure, complexe en acute zorg willen we concentreren; minder complexe zorg organiseren we dichter bij de mensen. Beide is goed voor kwaliteit én kosten.

Binnen het stelsel van curatieve zorg gaan we nieuwe accenten leggen op meer samenwerken in plaats van enkel concurreren, op het wegnemen van perverse volumeprikkels en de introductie van inkomensafhankelijke financiering. De sleutelrol van verzekeraars blijft in stand. In 2015 zijn zij volgens plan volledig risicodragend.

  • Financiering van zorg wordt in hoofdzaak inkomensafhankelijk. De zorgtoeslag verdwijnt. Voor 2017 gaan we uit van een nominale premie van 400, daarna blijft de verhouding tussen de nominale en inkomensafhankelijke premie constant. Het bestaande eigen risico wordt budgettair neutraal omgezet in een inkomensafhankelijk eigen risico. De zorgkosten blijven gelijk verdeeld tussen werkgevers en werknemers.

  • Concentratie van voorzieningen zorgt vaak voor een hogere kwaliteit tegen lagere kosten. Verzekeraars zijn er verantwoordelijk voor dat dit doel bereikt wordt, door selectiever te contracteren op basis van heldere kwaliteitscriteria. Daarom wordt de basisverzekering beperkt tot naturapolissen; de restitutiepolis gaat naar de aanvullende verzekering.

  • Met verzekeraars sluiten we een convenant af gericht op concentratie van acute zorg, omdat dit leidt tot hogere kwaliteit van zorg. Ook de top-referente zorg die op dit moment door academische ziekenhuizen wordt verleend, wordt geconcentreerd.

  • Zorgverzekeraars worden in 2017 financieel verantwoordelijk voor de Geestelijke GezondheidsZorg (GGZ). Dit vergt vervanging van de kostenverevening achteraf door een goede vereveningssystematiek vooraf, een deugdelijke productstructuur en goede kwaliteitsmeting. Langdurige geestelijke gezondheidszorg kan dan ook overgeheveld worden naar de zorgverzekeringswet. Om afwenteling te voorkomen wordt de bestaande eigen bijdrage in de eerste lijn budgettair neutraal omgezet in een procentuele eigen bijdrage voor alle GGZ-kosten in eerste en tweede lijn gezamenlijk. Dit resulteert in een lagere eigen bijdrage in de eerste lijns GGZ.

  • Vanaf 2015 gaan we investeren in extra wijkverpleegkundigen met een bedrag dat oploopt tot minimaal 250 miljoen in 2017. Dit financieren we met middelen die we vrijspelen bij medische zorg in de tweede lijn (substitutie). Zo bevorderen we dat meer zorg dicht bij de mensen thuis wordt geleverd.

  • Het rapport van de commissie-Meurs is leidraad bij het inkomensbeleid gericht op medisch specialisten. Het fiscale ondernemersvoordeel voor medisch specialisten vervalt in 2015, als het specialistenhonorarium integraal onderdeel is van het ziekenhuisbudget en het beheersmodel medisch specialisten verdwijnt. De vorming van mega- of regiomaatschappen wordt ontmoedigd.

•Publiek toegankelijke informatie over kwaliteit is van groot belang voor verzekeraars, patiënten, patiëntenverenigingen, de Nederlandse Mededingingsautoriteit en de Nederlandse Zorgautoriteit. Lopende initiatieven worden met kracht doorgezet, eventueel ondersteund door convenanten. Het Kwaliteitsinstituut krijgt doorzettingsmacht als de voortgang stokt. We verplichten aanbieders van zorg om bij de declaratie ook informatie te geven die nodig is om vast te kunnen stellen dat kwaliteit geleverd is. Het gros van deze informatie, bijvoorbeeld voortkomend uit klinische registraties, bestaat reeds maar moet nog ontsloten worden. Vanzelfsprekend wordt hierbij recht gedaan aan de bestaande privacy regelingen.

In de langdurige en welzijnszorg willen we de komende periode een omslag maken naar meer maatwerk, meer zorg in de buurt, meer samenwerking tussen de verschillende aanbieders maar ook naar houdbaar gefinancierde voorzieningen, zodat ook latere generaties er nog gebruik van kunnen maken. Dit betekent dat maximaal aansluiting gezocht zal worden bij wat mensen nodig hebben en wat gemeenten in staat zijn te doen. Ook richten wij de voorzieningen scherper op beschikbaarheid voor mensen, die zich uit eigen middelen geen alternatief kunnen veroorloven. Daarbij geven wij prioriteit aan zorg met een medisch karakter boven zorg met een niet-medisch karakter, omdat mensen bij die laatste vorm van zorg vaker (maar niet altijd) op alternatieven in eigen kring kunnen terugvallen.

  • De Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) wordt omgevormd tot een een nieuwe landelijke voorziening waarin de intramurale ouderen- en gehandicaptenzorg (vanaf ZZP 5) landelijk wordt georganiseerd met een budgetgrens middels de contracteerruimte. De voorziening krijgt daarbij een centraal beleidskader, zowel zorg in natura als pgb’s maken deel uit van de voorziening. Zowel inkoop als indicatiestelling komt hier terecht. De bestaande regionale structuur van zorginkoop met budgetplafond wordt vooralsnog gehandhaafd, terwijl de indicatie wordt beperkt tot degenen die het echt nodig hebben. De besparing ontstaat door het terugdringen van regionale variatie en spreiding in tariefstelling. Het gebruik van persoonsgebonden budgetten heeft juist bij deze zorg overigens geleid tot zorg op maat en institutionele innovaties. Dat willen we verder bevorderen.

  • Voor verbetering van verpleegkundige zorg buiten instellingen zijn al veel goede ideeën ontwikkeld, onder meer door de Sociaal Economische Raad en in de Agenda voor de Zorg. Wij sluiten daarbij aan. Extramurale verpleging wordt in 2017 van de AWBZ overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet (ZVW) en valt daar onder het zelfde systeem van populatiegebonden bekostiging als de huisartsenzorg. De indicatiestelling vervalt. Zo verdwijnen schotten, bevorderen we wijkverpleging, ontmoedigen we overbehandeling en stimuleren we een sterke eerste lijn waar de huisarts integraal deel van uitmaakt.

  • Gemeenten worden geheel verantwoordelijk voor de activiteiten op het gebied van ondersteuning, begeleiding en verzorging. De aanspraken worden beperkt, dienstverlening wordt versoberd en meer gericht op waar ze het hardste nodig is en gaat vallen onder de wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). De aanspraken op huishoudelijke hulp worden vervangen door een maatwerkvoorziening voor degenen die het echt nodig hebben en het niet uit eigen middelen kunnen betalen.

  • De combinatie van de introductie van inkomensafhankelijke zorgfinanciering en het organiseren van zorg dicht bij mensen maakt beperking, vereenvoudiging en decentralisatie mogelijk van regelingen als compensatie eigen risico, de aftrek specifieke zorgkosten en de wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten. Hieruit wordt een nieuwe gemeentelijke voorziening gefinancierd met een omvang van ruim 750 miljoen.

  • De gemeenten wordt een zeer ruime beleidsvrijheid gegeven met betrekking tot de concrete invulling van deze gedecentraliseerde voorzieningen.

Voortschrijdende mogelijkheden, toenemend zelfbewustzijn bij burgers en definiëring van nieuwe ziekten leiden tot nieuwe medisch-ethische vragen. Om deze vragen op zorgvuldige wijze te beantwoorden is een brede maatschappelijke discussie nodig. Leidend is het beginsel van zelfbeschikking, altijd in samenhang met menselijke waardigheid, goede zorg en beschermwaardigheid van het leven.

  • Er is geen aanleiding om de grens voor het uitvoeren van abortus aan te passen.

  • De maatschappelijke discussie over het vrijwillige levenseinde zal worden

    voortgezet en kan leiden tot aanpassing van wet- en regelgeving.

  • Embryoselectie is toegestaan op medische gronden.

  • Het oordeel over een actief donorregistratiesysteem wordt aan de Kamer

    overgelaten.

  • “Eén gezin, één plan, één regisseur” is het uitgangspunt bij de decentralisaties in het sociale domein: bij de wet werken naar vermogen, de algemene wet bijzondere ziektekosten, de wet maatschappelijke ondersteuning en de jeugdhulpverlening. Dit vergt ook één budget en één verantwoordelijke van overheidszijde. Er komt een einde aan de praktijk waarbij vele hulpverleners langs elkaar heen werken bij de ondersteuning van één gezin.

  • Om de effecten van Jeugdzorg te kunnen beoordelen worden prestatiegegevens aangeleverd en openbaar.

  • De decentralisatie moet ertoe bijdragen dat de eigen kracht, het sociale netwerk en de voorzieningen in een gemeente beter worden benut. Het accent zal steeds liggen op participatie in de samenleving.

    Ik heb stukken eruit gehaald, op internet staat de gehele regeringsnota, maar hierboven wat belangrijke accenten op zorg

corne
0

op deze pagina, kun je rechts nav je inkomen de premie berekenen.Let op dit blijft een indicatie.

http://www.verzekeringssite.nl/zorgverzekering?

Neemt de module ook de verlaging van de inkomstenbelasting mee?

Nee, onze tool neemt deze verlaging niet mee in de berekening. Als compensatie voor de lastenverzwaring op de zorgverzekering heeft het nieuwe kabinet besloten de inkomstenbelasting te laten dalen. Het hoogste belastingtarief daalt van 52 naar 49 procent en de derde schijf van 42 naar 38 procent.?

dit bericht is gewijzigd door ccb25 op 1 november 2012 om 11:33

corne
0

kreeg een antwoord van het bureau van de pvda.

Geeft wel meer duidelijkheid.

Gezien het grote aantal vragen over dit onderwerp zijn wij niet in staat om op elke persoonlijke situatie in te gaan. Wij hopen op uw begrip hiervoor.
16 miljard bezuinigen om Nederland sterker & socialer uit de crisis te krijgen, doet pijn. De PvdA is zich daar van bewust. Daarom vragen we een bijdrage naar draagkracht en maken we de zorgpremies vanaf 2014 afhankelijk van het inkomen. De hogere inkomens gaan meer betalen en de lagere inkomens gaan wat minder betalen. Zo verdelen we de kosten eerlijk.
In de praktijk betekent dit dat de huidige nominale zorgpremie ? de jaarlijkse rekening van de zorgverzekeraar ?fors omlaag gaat van rond de EUR108 per maand naar EUR21,25 per maand in 2014 (en EUR33 per maand in 2017).
Hiervoor in de plaats komt een nieuwe premie van ongeveer 11% op basis van uw persoonlijke inkomen. U hoeft dus niet uit te gaan van het gezinsinkomen. De eerste EUR20.000 van uw inkomen is vrijgesteld, daarover betaalt u geen premie. De premie groeit dus vanaf EUR20.000 euro met het inkomen mee. Deze groei stopt bij een inkomen van EUR70.000 euro. Tussen deze EUR20.000 en EUR70.000 van het inkomen wordt de premie betaald . Dat betekent dat de premie betaald wordt over maximaal EUR50.000 van uw inkomen.
Hier staat tegenover dat tarieven van de inkomstenbelasting vanaf 2014 in de tweede en derde schijf omlaag gaan van 42 naar 38%. Hierdoor bent u over uw inkomen tussen ca. EUR20.000 en EUR57.000 ongeveer 4% minder belasting kwijt. Het voordeel hiervan loopt op tot meer dan EUR1.500 per jaar.
Een gezin met een inkomen van 70.000 euro betaalt dus niet 11% premie over dat totale inkomen. Neem een gezin waar de man 40.000 verdient en de vrouw 30.000. Door de vrijstelling van de eerste 20.000 euro bij beiden betalen zij 11 procent over 30.000 En zij profiteren wel twee maal van de lagere nominale premie (ruim 2000 euro per jaar) en de lagere belastingtarieven.Bij het bepalen of u er in met de inkomensafhankelijke zorgpremies op voor- of achteruit gaat, maakt het dus uit of u alleenstaand bent, alleenverdiener of tweeverdiener.Een alleenstaande gaat er tot iets na modaal (EUR35.000) op vooruit. Alleenverdieners of de zogenaamde anderhalf verdieners gaan er op vooruit tot een gezinsinkomen van ruim EUR50.000. Tweeverdieners gaan er op vooruit tot een gezamelijk inkomen van EUR70.000. Boven deze inkomens kunt u iets meer gaan betalen. Dit is afhankelijk van uw specifieke situatie. De maximale extra bijdrage (hogere premie, rekening houdend met lagere belastingtarieven) die u ten opzichte van de huidige situatie zou kunnen gaan betalen is EUR225 per maand. Dat is het geval als uw persoonlijk inkomen boven de EUR70.000 is.
Voor het inkomen boven de EUR70.000 wordt geen premie betaald. Hiermee wordt de extra bijdrage aan de zorgkosten dus gemaximeerd. Slechts 7% van de mensen heeft een inkomen boven de EUR70.000. Indien mensen ook over hun inkomen van boven de EUR70.000 ook premie zouden betalen, zou dit het premiepercentage voor de overige 93% van de mensen amper laten dalen.
Het is van belang dat u de inkomensafhankelijke zorgpremie bekijkt binnen het kader van de alle compenserende maatregelen. Daaruit blijkt dat het effect van de afspraken uit het regeerakkoord is dat de hoogste inkomens (boven de EUR100.000) er de komende vijf jaar in totaal ruim 4% op achteruit gaan. Lage en middeninkomens tot twee keer modaal gaan er licht op vooruit door de combinatie van maatregelen?

corne
Je kunt dit bericht alleen bekijken en er niet op reageren.

Plaats een reactie

Om te kunnen reageren moet je eerst ingelogd zijn. Als je nog geen profiel hebt op Iemandzoalsik.nl, kun je je aanmelden. Hiermee krijg je de mogelijkheid om te reageren en ook om zelf gesprekken te starten en groepen te volgen.

aanmelden / login